dinsdag 23 oktober 2018

De Pioniers uit de Polder

De Lage Landen zijn overstroomd en de bewoners zijn op de vlucht. Na een lange vermoeiende reis komen vier gezinnen met hun kinderen aan in het woestijnstadje Asylia. Hier worden ze gastvrij ontvangen door de straatarme bevolking. Omdat er in de stad geen plaats is, krijgen de vluchtelingen een lapje grond in de woestijn, dichtbij een oase. In de buurt is een nonnenklooster met een gaarkeuken, de missiepost van de Sisters of Mercy. Verderop is een legerbasis, om de orde te bewaren.
Er komen nog regels, maar eerst wat plaatjes.

Dit is de woestijn van bovenaf gezien. Er is een militaire basis, als openbaar kavel. Daartegenover is de kazerne, waar zes soldaten wonen. Ze heten Mobo, Akh, Darum, Warum, Huzo en Barbaro. Ze hebben allemaal een verschillende wens. Om naar de stad te gaan, waar misschien werk is, moeten de pioniers eerst vervoer regelen. Daarvoor is het noodzakelijk om bevriend te raken met minimaal drie soldaten (die niet de meest toeschietelijke types zijn). Tot die tijd zullen ze zich moeten behelpen met wat het land opbrengt en wat hen wordt toegeworpen door de Sisters of Mercy. De oase is op loopafstand en daar kan gevist worden.

Het eerste hutje heb ik al gebouwd. Het is heel eenvoudig, er zijn bedden en er is kookgelegenheid. Buiten is een pomp en een zeer eenvoudige wc.










De missiepost is ook al klaar. Zes nonnen, geheten Clothilda, Maria, Benedicta, Francisca, Theresia en Johanna, de bejaarde moeder-overste.




Op het terrein is een eenvoudig houten kerkje, een medische post en een gaarkeuken voor de armen.
Er wordt een vreemd soort religie beleden, iets met hondjes die het laatste avondmaal vieren.

En hier kunnen mensen met hun zieke kindjes medische hulp krijgen. Voor zover dat in het vermogen van de zusters ligt, de middelen zijn beperkt.
In de keuken worden maaltijden bereid voor de armen.
Mijn plan is om iedere dag een huisje erbij te bouwen, dus dit gaat nog wel even duren.